DE LAATSTE DAGEN VAN EEN STAD IN EEN STAD

Hak Nam, de Stad der Duisternis staat nu nog overeind: een langzaam verzakkende taart van tegen elkaar aanleunende flats, doorwoekerd door een wanordelijk stegenstelsel. Daar klinkt het geluid van druipend slijk, om de paar minuten verstomd door overgierende vliegtuigen.Zonlicht dringt niet door in de stegen, die dooraderd zijn met tientallen waterpijpen, stiekem afgetapt van de stadswaterleiding buiten.

(Door Jan van der Made, foto's Laurence Soustras)

HONG KONG (Het Parool) Mijnheer Kwok is tandarts. Afgelopen week werd hij uit zijn huis gezet en moest hij de honderden kunstgebitten die hij in regelmatige rijen op glazen platen had uitgestald, inpakken. Vier dagen sliep hij uit protest op straat met zijn familie, zijn vrouw en twee kinderen, en nu is hij moegestreden en verbitterd.

De plek waar hij woonde, op het schiereiland Kowloon vlakbij de luchthaven Kai Tak moet in een park veranderen. Maar dat betekend ook het definitieve einde van een plaats die ooit het belangrijkste distributiepunt voor de heroinelijn naar Amsterdam vormde, waar politie niet patrouilleerde en waar triaden, Chinese gangsterbenden, gevechten op leven en dood voerden om het bezit van een enkele steeg.

Kwok: "Dit is het gebied van de 'Drie-Kan-Niet-Schelen'. Geen hygienische controle, geen controle op arbeidsomstandigheden en geen bouwregelementen". Kwok was een van de tientallen illegale tandartsen in de Stad. Hij behaalde zijn tandartsdiploma in Guangzhou (in zuid-China), vluchtte in 1951 voor de communisten en vond in de Stad der Duisternis een mogelijkheid om de strenge britse wetten, (die een engels tandartsendiploma eisen) te ontwijken en toch zijn praktijk uit te oefenen.

De stad, die door de autoriteiten van Hong Kong lange tijd met de benaming 'De Kanker van Kowloon' werd aangeduid, zal haar honderdste verjaardag niet meemaken. Oorspronkelijk was het een Chinese garnizoensplaats die was bedoeld om de Britse activiteiten in Hong Kong (kolonie sinds de opiumoorlog in 1841) te observeren. Toen Engeland in 1897 ook het gebied ten noorden van Kowloon opeiste, werd vastgelegd dat de garnizoensplaats onder Chinees beheer zou blijven.

Ongeregeldheden in 1899 deden de britten echter besluiten de Chinese soldaten weg te sturen. China aanvaardde deze schending niet, en hield altijd vol dat de stad Chinees territorium was. Maar de kwestie werd niet vastgelegd, en er bleef daarna onduidelijkheid bestaan wie er de scepter zwaaide.

70 jaar later was het gebied veranderd in een architectonische nachtmerrie met de grootste bevolkingsdichtheid ter wereld: 30.000 mensen waren op 2.8 ha georganiseerd in een conglomeraat van elkaar concurrerende voedselfabriekjes, opiumcafe's, bordelen en bedelaars en beheerd door strijdlustige triadenbenden. Het recht van de sterkste was de enige wet. En steeds wanneer de regering van Hong Kong plannen maakte om het gebied met de grond gelijk te maken, dreigde Beijing met maatregelen.

Tot de voormalige Britse premier Margaret Thatcher in 1984 Beijing bezocht. Ze tekende de Joint-Declaration, waarin werd bepaald dat Hong Kong in 1997 in Chinese handen zal overgaan, en daarmee kwam de weg vrij voor een oplossing van het probleem van de Stad, die de Chinezen eigenlijk ook liever niet wilden hebben.

De regering van Hong Kong kwam bliksemsnel met een plan dat voorzag in het betalen van compensatie aan de bewoners. Die werden bovendien in de gelegenheid gesteld om bovenaan de jarenlange wachtlijsten voor huisvesting te worden geplaatst. De exodus kwam op gang.

Toch bleef een harde kern achter. Kwok, die "altijd met plezier in de stad woonde" is lid van het Comite Tegen de Sloop van de Stad. Hij beweert directe connecties te hebben met de Staadsraad in Beijing en premier Li Peng. "Mij krijgen ze hier niet weg", pochte hij nog toen ik hem afgelopen maart voor het eerst interviewde. "We hebben een brief geschreven naar Beijing, en ze zullen het nooit toestaan dat de stad wordt afgebroken". Compensatie van 250.000 Hong Kong Dollar (65.000 gulden) vond hij veel te laag, en hij zag ook geen mogelijkheden om zijn praktijk buiten de Stad uit te oefenen.

Maar eind november was het zover. De eerste fase van de ontruiming geschiedde zonder enig protest uit Beijing en de meeste bewoners werden met zachte hand verwijderd, hoewel sommigen er onder luid geschreeuw uitgedragen moesten worden door de politie. Maart volgend jaar is de tweede fase aan de beurt, en verwacht wordt dat de meeste mensen er tegen die tijd al wel uit eigen vrije wil uit zijn getrokken. De definitieve sloop is gepland voor 1992, en het park moet drie jaar later klaar zijn.

De pers in Hong Kong voert nu dagelijks discussie over de archtektonische en historische waarde van de stad. Maar voor nostalgie lijkt weinig begrip, getuige een ingezonden brief in de Hong Kong Standard van afgelopen vrijdag, geschreven door een lezer die het nu beu is: "Het enige grafschrift wat ik kan bedenken voor die smerige, vuige en walgelijke dump is: good riddance.